Het verhogen van de containerbehandelings-capaciteit op de Linkerscheldeoever maakt onze haven klaar voor de toekomst. Om dit op een gezonde en leefbare manier te laten verlopen, onderzoeken en monitoren we de impact op de luchtkwaliteit grondig. Het milieueffectrapport (MER) brengt deze effecten helder in kaart. Dit vormt de basis van een reeks maatregelen die de impact beperken en de leefomgeving beschermen.
De groei van de containercapaciteit in de haven zorgt voor meer activiteit op het water, op de terminals en in het achterland. Dat kan de luchtkwaliteit beïnvloeden, bijvoorbeeld door meer stikstof (NOx) en fijn stof (PM). Daarom onderzocht het milieueffectrapport (MER) de verwachte impact op de luchtkwaliteit zowel tijdens de werken als wanneer de nieuwe terminals in gebruik genomen worden.
Eenvoudig uitgelegd:
Stikstof (NOx) ontstaat vooral bij verbranding van brandstoffen (schepen, machines). In hogere concentraties kan het schadelijk zijn voor mens en natuur.
Fijn stof (PM10 en PM2.5) bestaat uit zeer kleine deeltjes die in de lucht zweven. Ze kunnen afkomstig zijn van verkeer, industrie of opwaaiend stof.
De luchtkwaliteit in Vlaanderen en in de haven is de afgelopen jaren sterk verbeterd. In het havengebied halen we de huidige Europese normen en die positieve trend zet zich verder. Ook de hoeveelheid stikstof en fijn stof nam af.
In de haven daalde de NOx-uitstoot de afgelopen 20 jaar met meer dan 40%, terwijl de activiteiten bijna verdubbelden.
Dat komt vooral door strengere milieuregels, schonere motoren en de nieuwste technologie.
Het in gebruik nemen van de terminals zorgt voor meer scheepsbewegingen, terminalactiviteiten en transport in het achterland. Bovendien worden de normen voor luchtkwaliteit tegen 2030 veel strenger.
Om aan deze normen te voldoen en de effecten van de extra activiteiten op de luchtkwaliteit te beperken, voeren we drie grote maatregelen door.
Vanaf 2030 moeten alle aangemeerde containerschepen overschakelen op walstroom, waardoor ze hun hulpmotoren kunnen uitschakelen en geen uitlaatgassen meer uitstoten. (POAB: foto walstroominstallatie in Zeebrugge)
Dit zorgt voor een grote verbetering van de luchtkwaliteit (en minder geluidsoverlast).
Op de nieuwe terminals zijn alle kranen en havenwerktuigen emissieloos. Lossen, laden en verplaatsen van containers zorgt dus niet voor uitstoot. Hierdoor daalt de “uitstoot” van de terminals drastisch.
(POAB: foto automatic stacking cranes Europa Terminal)
Vanaf 2035 mag containervervoer per trein op de Linkerscheldeoever alleen nog volledig emissieloos plaatsvinden. Dit zorgt voor een betere luchtkwaliteit.

Bovendien zijn de scheepvaart (link naar deze artikels: Decarbonising maritime transport – FuelEU Maritime - Mobility and Transport en Alternative Fuels Infrastructure - Mobility and Transport) en het wegverkeer (link naar dit artikel: EP stemt in met strengere CO2-emissiedoelstellingen voor vrachtwagens en bussen | Nieuws | Europees…) verplicht om hun uitstoot tegen 2040 en 2050 verder te verminderen. Dit als gevolg van Europese regelgeving.
Ook dit zal bijdragen aan een betere luchtkwaliteit in en rond het Antwerpse havengebied.
Het projectbesluit CCL verplicht een permanente opvolging van de luchtkwaliteit ook wanneer de terminals in gebruik zijn.
Zo blijft de leefomgeving ook na 2030 beschermd en bouwen we aan een haven waar economische groei en schone lucht samengaan.
De bouw van het Tweede Getijdendok duurt meerdere jaren. Tijdens die periode kan tijdelijke en plaatselijke hinder ontstaan, vooral door stof (van grondwerken) en uitlaatgassen van werfmachines. Daarom nemen we verschillende maatregelen:



Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.
Block quote
Unordered list
Bold text
Emphasis
Superscript
Subscript